Niels Vos Surgery

Hemorroïden

Index

Definities

Hemorroïden: door slijmvlies bedekte omlaagzakkende anale zwellichamen.

Feiten & cijfers

Incidentie/Prevalentie Er zijn geen betrouwbare cijfers over de incidentie en prevalentie. In huisartsgeneeskundige literatuur wordt een prevalentie van 0,7 - 10% beschreven, maar de wijze van diagnose is niet eenduidig.
Risico-factoren
  • obstipatie
  • diarree
  • staande beroepen
  • zwangerschap
  • afwezige kleppen in de haemorrhoidale veneuze plexus

Pathofysiologie

In het anale kanaal net boven de linea dentata bevindt zich de plexus haemorrhoidalis. Deze submucosale plexus vormt 3 zwellichamen in het anale kanaal die een belangrijke rol spelen bij continentie voor lucht en vocht. De arterioveneuze verbindingen die aanwezig zijn verklaren waarom er helderrood bloedverlies kan optreden bij hemorroïden. Door degeneratie van het steunweefsel rondom de anale zwellichamen, veroorzaakt door onder andere chronisch persen, zakken deze zwellichamen in het anale kanaal. In het nauwere distale anale kanaal treedt beknelling en stuwing op. Hierdoor wordt het overliggende slijmvlies kwetsbaar en treden makkelijker bloedingen op. Dit leidt tot een vicieuze cirkel van stuwing, pijn, verhoogde sfinctertonus en meer stuwing.

Relevante anatomie


Anamnese

Lichamelijk onderzoek

Diagnostiek

Aanvullende diagnostiek voor de diagnose hemorroïden is niet zinvol. Bij patiënten met rectaal bloedverlies en een verhoogd risico op colorectale maligniteiten (leeftijd > 50 jaar, colorectale maligniteit in de voorgeschiedenis, familiaire belasting) of bevindingen bij anamnese en lichamelijk onderzoek die onvoldoende verklaard worden door de diagnose hemorroïden dient aanvullende diagnostiek (coloscopie) te worden verricht.

Classificatie

Graad I Prolaberen niet bij persen, alleen bij endoscopisch onderzoek aantoonbaar.
Graad II Prolaberen bij persen, retraheren spontaan.
Graad III Prolaberen spontaan of bij persen, moeten manueel gereponeerd worden.
Graad IV Prolaberen continue en zijn niet te reponeren. Strangulatie kan optreden.

Bovenstaande classificatie heeft nauwelijks invloed op de keuze van behandeling, behalve graad IV hemorroïden (zeldzaam) welke een acute interventie vereisen.

Complicaties

Behandeling

Conservatief
  • Met conservatieve behandeling verbeteren de klachten bij >50% van de patiënten.
  • Conservatieve behandeling bestaat uit adviezen t.a.v. adequaate vocht en vezelinname, hygiëne en defaecatiegedrag
  • Eventueel kunnen laxantia zoals macrogol preparaten of psylliumzaad worden voorgeschreven.
  • Locale therapie (zalven, zetpillen etc.) zijn geen causale therapie, en hun effectiviteit is niet aangetoond.
Rubberband Ligatie (RBL)
  • Eerste keus behandeling voor graad I-III hemorroïden met een succespercentage van 60-80%
  • Na de ingreep hebben de meeste patienten voorbijgaande pijnklachten of loze aandrang
  • Complicaties: bloeding, urineretentie, infectie (allen zeldzaam na RBL)
Hemorroïdectomie
  • Geïndiceerd voor hemorroïden die niet reageren op conservatieve therapie en RBL.
  • Complicaties: postoperatieve pijn, urineretentie, stenose, incontinentie voor lucht en vocht.
Gestapelde Hemorroïdectomie
  • Alternatief voor hemorroïdectomie met vergelijkbare resultaten en complicaties.
  • Kent een iets hoger recidiefpercentage
  • Bij massieve graad III en IV hemorroïden soms onvoldoende ruimte voor de stapler.

Follow-up

Referenties

Laatste update: 08-01-2013


Hemorroïden

Copyright © 2011-2017 Chirurgisch.nl, All Rights Reserved. Copyright | Disclaimer | Contact